Fata Morgana
On our desire to believe , even in hallucinations (NL tekst onderaan)
In many countries, television viewers are endlessly fed stories of people chasing a dream: packing up their lives and moving abroad, to places where trees seem to grow into the sky, views are infinite, and hearts have supposedly been beating faster for years already.
There is the farewell party for family and friends. The next day, a van is loaded, a trailer attached, and the family sets off toward the promised land. A few days later, a large truck follows with the heavier belongings. Stress and routine are left behind, sung away, in exchange for sun-kissed skin and the promise of warm coffee with friendly new locals. Sometimes it all looks less like a move forward than a journey back in time.
The television narrative rarely changes. Language problems. Permits. Contractors who fail to show up. Everything seems to unravel. Most painful to watch are the children — not intoxicated by their parents’ romanticism, but dragged along nonetheless. They leave friends behind and suddenly find themselves in classrooms where they understand nothing and belong nowhere.
The dream often turns out to be a fata morgana.
Fata morganas appear just as frequently in love — perhaps even more so. Especially since the rise of online dating. It is wonderfully efficient: thousands of profiles, thousands of carefully chosen words, all written by people who, at least on screen, seem articulate, sensitive, and self-aware. In practice, disappointment follows in the vast majority of cases.
It would not surprise me if the relentless growth of manipulation apps owes much of its existence to dating platforms. Photos and text are compliant tools. One creates a profile describing the ideal partner — and simultaneously writes a quiet second draft: a version of oneself one would like to be. Fake searches for fake.
Out of loneliness, desire, or simple fatigue, a choice is eventually made — often far removed from the original criteria. Such compromises rarely end well.
Once, people met at dance halls. That made sense. I suspect that two minutes of dancing reveal more about a person than two years of online correspondence. Saint Thomas understood this long ago: I believe only what I see.
Not in fata morganas. If something looks too beautiful to be true, it usually is. And yet, despite countless sayings and warnings, we keep running after them — because we want to believe. Even in hallucinations.
Nederlandse tekst
In veel landen worden televisiekijkers overspoeld met mensen die een droom najagen: hun leven inpakken en naar het buitenland vertrekken, naar plekken waar de bomen tot in de hemel groeien, de uitzichten eindeloos zijn en het hart al jaren sneller zou kloppen.
Er is het afscheidsfeestje voor familie en vrienden. De volgende dag wordt het busje volgeladen, een aanhanger aangekoppeld en vertrekt het gezin richting het beloofde land. Enkele dagen later volgt een vrachtwagen met de grotere spullen. Stress en sleur blijven zingend achter, ingeruild voor zon op een bleke huid en de belofte van warme koffie met vriendelijke nieuwe locals. Soms lijkt het minder op een stap vooruit dan op een reis terug in de tijd.
Het televisieverhaal verloopt bijna altijd hetzelfde. Problemen met de taal. Vergunningen. Afspraken met werklieden die niet komen opdagen. Alles loopt anders dan gehoopt. Het pijnlijkst zijn de kinderen — niet beneveld door de romantiek van hun ouders, maar wel meegesleurd. Ze laten vriendjes achter en belanden plots op een school waar ze niemand verstaan en nergens bij horen.
De droom blijkt vaak een fata morgana.
Fata morgana’s komen minstens zo vaak voor in de liefde. Misschien zelfs vaker. Zeker sinds het zoeken naar liefde zich grotendeels online afspeelt. Het is efficiënt: duizenden profielen, duizenden zorgvuldig gekozen woorden, geschreven door mensen die op papier gevoelig, slim en welbespraakt lijken. In de praktijk valt dat meestal tegen.
Het zou me niet verbazen als de onstuitbare groei van manipulatie-apps veel te danken heeft aan datingsites. Foto’s en teksten zijn gewillige instrumenten. Men beschrijft de ideale partner — en schrijft ondertussen een stille tweede versie: die van zichzelf, zoals men graag zou willen zijn. Fake zoekt fake.
Uit eenzaamheid, verlangen of simpelweg vermoeidheid wordt uiteindelijk gekozen. Vaak ver verwijderd van de oorspronkelijke idealen. Zulke keuzes houden zelden stand.
Vroeger ontmoetten mensen elkaar op dansavonden. Dat was logisch. Ik vermoed dat je in twee minuten dansen meer over iemand te weten komt dan na twee jaar internetten. De heilige Thomas begreep dat al: ik geloof wat ik zie.
Niet in fata morgana’s. Als iets te mooi lijkt om waar te zijn, is het dat meestal ook. En toch rennen we er telkens weer achteraan — omdat we zo graag willen geloven. Zelfs in hallucinaties.



Wat het moeilijk maakt is: Steeds als twee mensen elkaar ontmoeten, zijn er in werkelijkheid zes mensen aanwezig. Er is de persoon, zoals hij zichzelf ziet, er is een persoon zoals de ander hem ziet en er is de persoon zoals hij werkelijk is.